Hoe ik iemand met PDD-NOS aan het praten kreeg

Een van mijn cliënten heeft mij gevraagd om haar zoon gedurende drie dagen per week te begeleiden naar de dagopvang. Behalve dat ik zorg droeg voor het vervoer van en naar de opvang, was er ook ruimte voor activiteiten. Anderhalf uur voordat we vertrokken was ik al bij hem aanwezig en vaak ook nog achteraf.

Dit is Bart

Ik noem mijn cliënt hier Bart (pseudoniem). Bart is 12 jaar oud en is gediagnostiseerd met PDD-NOS. Een intelligente jongen die, als het aan hem zou liggen, alleen maar achter zijn Xbox zou zitten. De opdracht en uitdaging die ik van zijn ouders mee kreeg was om hem zo ver te krijgen dat hij ‘iets anders’ zou doen dan gamen. Zijn ouders waren van mening dat deze vorm van tijdverdrijf geen goede invloed op zijn ontwikkeling zou hebben.

Geen oogcontact

Aanvankelijk lukte het mij maar niet om met Bart tot een gesprek te komen. Open vragen wist hij doorgaans te pareren met een ‘weet ik niet’ of nog minder: hij haalde zijn schouders op. Daardoor kwamen wij maar moeizaam tot het vinden van ‘andere activiteiten’. Met pijn en moeite kon ik hem verleiden tot een spelletje Mastermind of Scrabble. En als ik zelf aan het schetsen sloeg lukte het zowaar om hem ook iets op papier te laten zetten. Al met al waren de eerste weken weliswaar ontspannen, maar gaf Bart nog steeds de voorkeur aan zijn Xbox. Op zich kon ik daar prima mee leven, maar is miste de connectie. Wat mij ook opviel was dat het hebben van oogcontact beperkt bleef tot een fractie van een seconde. Bart wist niet hoe snel hij zijn ogen weer naar beneden moest draaien als ik hem vroeg mij aan te kijken als ik hem wat vroeg.

De magie van de autocabine

De rit van en naar de dagopvang bleek een openbaring te zijn. Twintig minuten lang zaten we in de auto. En wonder boven wonder was Bart twintig minuten aan het woord. Hij vertelde honderd uit over de allernieuwste automodellen, over klimaatverandering en de gevolgen daarvan, over filmpjes die hij op Youtube had gezien, etc. etc. Af en toe kreeg ik de gelegenheid om een vraag te stellen of een kritische opmerking te plaatsen. Daar ging hij dan maar wat graag op in. Er was interactie!

Hoe ik Bart aan het praten kreegEchter, zodra we weer thuis waren en we met een kop thee en wat lekkers aan tafel schoven was Bart weer de gesloten en stille jongen. Uiteraard heb ik dit geaccepteerd, maar het intrigeerde mij. Wat maakte het dat de autorit zo’n positieve invloed had op zijn verbale communicatie? Waarom was de cabine van de auto kennelijk zoveel anders dan de keukentafel? Natuurlijk heb ik hem de vraag gesteld, maar het was ook voor Bart een mysterie. Hij herkende het, maar kon het niet verklaren. Ook zijn ouders hadden er geen verklaring voor. En sterker nog, zij hadden die ervaring helemaal niet. Als Bart met hun mee reed dan maakte dat geen verschil. Tegelijkertijd waren zij blij met het gegeven dat er dus meer in Bart zat dan zij tot op dat moment wisten. Hij gaf er immers blijk van op de hoogte te zijn van de actualiteit. Zijn wereld ging dus verder dan alleen maar zijn Xbox.

Ook voor vakgenoten een raadsel

Ik heb er diverse vakliteratuur op nageslagen. Ik heb vragen gesteld op fora. Oud docenten benaderd en collega’s geconsulteerd. Het was voor iedereen een raadsel. In goed overleg met Bart zijn ouders mocht ik op onderzoek uitgaan. Het was immers ook in hun belang om te weten waar dit fenomeen vandaan kwam. Belangrijker nog: zij zouden heel graag de gesprekken met Bart willen voeren zoals ik die had. De doelstelling was duidelijk, de weg ernaartoe nog niet. Terwijl ik mij verdiepte in mogelijke methodieken en tests gebeurde er iets wat alles in een keer verklaarde…

Van misverstand naar ‘eye opener’

Het was een zaterdag in mei. Mooi weer en dus besloten mijn vriend en ik om naar het strand te gaan. Noordwijk aan Zee, dat moest het worden. Een autorit van ca. anderhalf uur. Eigenlijk zijn wij allebei ‘een Bartje’, want als wij in de auto zitten dan hebben we hele gesprekken. Niet per se diepgaand of heel erg serieus. Het kan overal over gaan. Geen moment van stilte in ieder geval. Toch ontstond er die dag een discussie. Ik zal jullie de details besparen, maar op enig moment reageerde mijn vriend op een manier die niet paste bij datgene wat ik zojuist had gezegd. Verbaast draaide ik mijn hoofd in zijn richting en gaf aan dat ik zijn reactie niet begreep. In de luttele seconde dat ik hem aankeek was het voor hem duidelijk dat hij mijn reactie verkeerd had geïnterpreteerd. Zijn reactie “ik zag je ogen niet” waren voor mij een toepasselijke ‘eye opener’. Nog nooit eerder verheugde ik mij weer zo op een ontmoeting met Bart.

Verboden oogcontact

Hoe-ik-iemand-met-PDD-NOS-aan-het-praten-kreegIn de weken die volgde deed een reeks aan ‘experimenten’ met Bart. Altijd in de vorm van spelletjes of toneelstukjes. Belangrijkste insteek daarbij was om Bart aan het praten te krijgen in een andere omgeving dan die van de auto. Mijn vermoeden, dat direct oogcontact of de mogelijkheid daartoe, de belemmering was, bleek gegrond. Spelenderwijs namen we bijvoorbeeld naast elkaar plaats aan de keukentafel, zaten we met onze rug tegen elkaar of hadden we donkere zonnebrillen op. Afspraak daarbij was om elkaar onder geen beding aan te kijken. Het duurde even om Bart het vertrouwen te geven dat ik mij aan deze regel zou houden, maar na verloop van tijd kwamen de eerste volzinnen los. Snel daarna hadden wij ook bij hem thuis de gesprekken zoals ik die gewend was uit de auto.

Gewonnen van de Xbox

Al die gesprekken gaven mij een goed beeld van wat Bart bewoog en waar zijn andere interesses lagen. Vier maanden na mijn allereerste autorit met hem zat ik samen met hem aan tafel met een bouwpakket van een auto. Inmiddels heeft hij er al tientallen in elkaar gezet en is zijn vitrinekast belangrijker dan zijn Xbox. Yes!

“Ik zag je ogen niet”